Pacritinib lijkt goede voorbereiding op stamceltransplantatie bij MF-patiënten

Nieuws
door
drs. Ruben Van Dijck en dr. Peter te Boekhorst

In dit artikel worden door drs. Ruben Van Dijck en dr. Peter te Boekhorst het onderzoek en de resultaten van de HOVON-134 studie beschreven. In deze studie werd onderzocht hoe MF-patiënten het beste kunnen worden voorbereid op hun stamceltransplantatie.

Afbeelding
hovonnnnnn.png

Stamceltransplantatie voor MF-patiënten

Voor patiënten met myelofibrose (MF) blijft allogene stamceltransplantatie de enige behandeloptie die mogelijk kan genezen. Een allogene stamceltransplantatie is een transplantatie met stamcellen van een donor. Voor maar een klein deel van de patiënten is dit een mogelijkheid. Het blijft de vraag hoe deze patiënten het best voorbereid kunnen worden op hun stamceltransplantatie. Ook is een stamceltransplantatie in een verdere fase van de ziekte vaak moeilijker, met onder andere het voorkomen van transplantfalen door een vergrote milt en door graft-versus-host ziekte. Bij graft-versus-host ziekte herkennen de gedoneerde cellen de ontvanger als vreemd en vallen ze cellen of weefsels aan.

Doel van het HOVON-134 onderzoek

Het doel van het HOVON-134 onderzoek was om te kijken of het nieuwe middel pacritinib in hoger risico MF-patiënten tot voldoende ziektereductie leidt. Ziektereductie omhelst controle van MF-symptomen en afname van de milt. Deze ziektereductie zorgt dat de patiënten in betere conditie zijn tijdens de transplantatie. Ook werd onderzocht of dat leidt tot betere uitkomsten.

Pacritinib verschilt in zijn manier van werken met de middelen ruxolitinib en fedratinib, die in Nederland beschikbaar zijn. Pacritinib leidt mogelijk tot minder schadelijkheid op het beenmerg. Hierdoor kan deze behandeling ook aan MF-patiënten met diepe bloedplaatjestekorten gegeven worden.

Deelnemers van het onderzoek

De 61 patiënten die meededen aan het onderzoek kwamen uit België en Nederland en hadden primaire MF, post-ET MF of post-PV MF. De patiënten werden behandeld met 3 tot 4 cycli pacritinib (aan maximale dosis) voordat werd doorgegaan met de chemotherapie en allogene stamceltransplantatie. Patiënten werden tot ongeveer 33 maanden na de transplantatie opgevolgd.

De resultaten

Uit het onderzoek zijn twee grote resultaten gekomen:

Ten eerste leidt pacritinib tot mooie ziektereductie in hoger risico MF-patiënten. Dit lijkt ook te zijn als er eerder ruxolitinib is gebruikt. Van de behandelde patiënten meldde 31% een verbetering in ziekteverschijnselen. De miltgrootte, wat een teken is van ziekteactiviteit, verkleinde van ongeveer 9 naar ongeveer 3 cm onder het ribbenrooster.

Ten tweede, 6 maanden na de transplantatie leefde 84% nog en was vrij van falen (failure-free survival). Hierbij werd gerekend met:

  • transplantfalen;

  • graad 3 of 4 van acute graft-versus-host ziekte;

  • overlijden om welke reden dan ook.

Er wordt weinig transplantfalen gezien, terwijl dit een typische complicatie is van een transplantatie bij MF-patiënten met een grote milt. Ook wordt er weinig acute graft-versus-host ziekte gezien.

Afbeelding
Vervangende afbeelding

Pacritinib had al bewezen een goed middel te zijn voor MF-patiënten met vooral diepe bloedplaatjestekorten. Dit onderzoek laat zien dat ook hoger risico MF-patiënten die uitgekozen worden voor allogene stamceltransplantatie mogelijk voordeel hebben van een voorbereidende behandeling met dit middel. Ook laat het onderzoek zien dat de combinatie van het middel pacritinib met allogene stamceltransplantatie goed getolereerd wordt.

Dit zijn goede resultaten voor het nieuwe middel dat helaas nog niet in Europa op de markt is. De behandelopties voor MF-patiënten blijven beperkt en er blijft veel vraag naar nieuwe behandelingen. Deelname aan klinisch onderzoek blijft dan ook zeer belangrijk voor een zeldzame ziekte als myelofibrose.

Ruben heeft het onderzoek ook gepresenteerd op het European Hematology Association Congress, het abstract vind je hier!