In het boekje (de bijsluiter) van het medicijn, die je ook op internet kunt vinden, lees je alles over de bekende bijwerkingen.
Behandelingen zijn bedoeld om het bloedbeeld te verbeteren en klachten te verminderen.
Maar soms kun je je juist slechter voelen door bijwerkingen van medicijnen.
Soms gaan bijwerkingen snel weg, maar soms blijven ze lang.
Er zijn mensen die geen last hebben van bijwerkingen en mensen die veel of weinig last hebben van bijwerkingen.
Sommige mensen kunnen niet goed tegen bepaalde medicijnen.
Dan krijgen ze in overleg een ander medicijn van de arts.
Je krijgt altijd uitleg van de arts waarom hij of zij voor een medicijn kiest.
Zeg tegen de arts als je iets niet snapt.
Hieronder staan bijwerkingen die vaak voorkomen of waar je goed op moet letten.
Acetylsalicylzuur (Aspirine®):
Bij maagklachten kan het gebruik van een maagzuurremmer worden voorgeschreven.
Mannen van 65 jaar of ouder hebben een verhoogd risico op maagirritatie en zelfs maagbloedingen.
Zij krijgen uit voorzorg een maagzuurremmer als standaard maagbescherming voorgeschreven.
Hydroxycarbamide (Hydrea®):
De meeste mensen ervaren geen bijwerkingen van dit medicijn.
Mensen die wel last hebben van bijwerkingen kunnen last hebben van:
Een aft is een klein pijnlijk plekje (zweertje) in de mond.
Het ziet eruit als een wit of geel rondje met een rode rand eromheen.
Het kan pijn doen als je eet, drinkt of praat.
Meestal gaat het na een tijdje vanzelf weg.
Als je er veel last van hebt, moet je dit melden aan je arts.
Peginterferon alfa-2a (Pegasys®):
Op de dag van gebruik en de dag erna kun je je minder goed voelen.
Verder kun je last hebben van:
Anagrelide (Xagrid®)
Bij gebruik komt het vaakst hoofdpijn voor bij patiënten.
Een zeldzame, maar gevaarlijk probleem zijn hartritmestoornissen.
Vaak wordt er tijdens het begin een hartfilmpje gemaakt.
Ook is het heel belangrijk om aan te geven als er iets niet goed voelt met je hart.
Behandeling speciaal voor jou
Elke patiënt is anders en elk lichaam reageert anders.
Daarom is het belangrijk om goed te blijven overleggen met je behandelend arts.
Niet alleen of de medicijnen werken, maar ook hoe jij je voelt en over de klachten.
Als je ouder bent dan 60, heb je meer kans op bloedstolsel.
Je krijgt dan medicijnen die helpen bloedstolsels te voorkomen en zorgen dat je een normaal aantal bloedplaatjes hebt.
Maar of je deze medicijnen nodig hebt, hangt af van je eigen situatie.
Bespreek dit met je arts.
Sommige aandoeningen in de familie kunnen invloed hebben op MPN’s en de behandeling ervan.
Praat met je arts
De behandeling voor ET is voor iedereen anders.
Wat bij de ene persoon goed werkt, werkt misschien niet bij een ander.
Daarom is het belangrijk om goed met je arts te praten.
Vertel hoe je je voelt en of de behandeling voor jou goed werkt.
Zo kan de arts de beste zorg voor jou kiezen.
Hier vind je een aantal tips die kunnen helpen bij gesprekken met je behandelend arts.