ET, PV en MF kunnen op verschillende manieren worden ontdekt.
Vaak kom je er per toeval achter, maar soms kan het ook dat je al klachten hebt.
Als de arts twijfelt of je ET, PV of MF hebt, kan je arts verschillende onderzoeken doen.
Hieronder staan de meest voorkomende onderzoeken.
De arts zal beginnen met een intakegesprek.
Samen bespreek je jouw medische geschiedenis en belangrijke informatie over jouw ziekte.
De arts stelt vragen over algemene klachten.
Hier wordt ook gekeken naar bloedingsneiging (gevoelig voor bloedingen) en hart- en vaatziekte risicofactoren zoals (roken, diabetes, overgewicht en cholesterol).
Als er MPN wordt vastgesteld kan je de MPN-SAF vragenlijst gebruiken.
Dit is een klachtenscorelijst speciaal voor MPN-patiënten.
Deze lijst bevat een aantal klachten, waarbij je van 0 tot 10 kan aankruisen hoe ernstig het is.
Deze lijst is handig om het ziekteverloop te bekijken.
Bij lichamelijk onderzoek wordt de bloeddruk gemeten en wordt gekeken naar de grootte van de milt.
Dit kan door het voelen in de buik of een echo.
Er wordt bloed afgenomen om jouw bloedbeeld te bepalen.
Het bloedbeeld bevat veel informatie over jouw bloedwaardes.
Er wordt gekeken naar de werking van je lever en nieren.
Ook wordt gekeken naar bloedsuiker, cholesterol (bouwstof cellen) en MPN-mutaties.
Als het nodig is wordt er beenmergonderzoek gedaan.
Dit bestaat vaak uit 2 onderzoeken:
Deze 2 onderzoeken kunnen in één keer gedaan worden.
Bij een beenmergpunctie wordt er met een naald beenmerg opgezogen.
Bij een beenmergbiopsie wordt een dun pijpje bot (botbiopt) weggehaald.
Beide onderzoeken worden met een naald gedaan.
Je hoeft maar één keer geprikt te worden voor beide onderzoeken.
Tijdens het onderzoek worden de huid en het botvlies verdoofd.
Het bot kan niet worden verdoofd, daarom is het nooit een pijnvrij onderzoek.
Voor het ontdekken van een MPN zijn bloedonderzoek, mutatieonderzoek en het bepalen van de miltgrootte erg belangrijk.
Maar het is niet mogelijk om zonder beenmergbiopt de mate van fibrose te bepalen.