Er is nog geen behandeling met medicijnen die MF geneest.
Behandelingen zijn bedoeld om het bloedbeeld te verbeteren en waar mogelijk klachten te verminderen.
De behandeling van MF verschilt per persoon en hangt af van:
De behandeling van MF helpt om:
Mensen met MF kunnen de volgende celremmende medicijnen krijgen:
Hydroxycarbamide (Hydrea®)
Dit is een vorm van chemotherapie.
De startdosering is vaak eenmaal daags 500-1000 mg.
Deze is op te hogen op geleide van bloedwaardes.
Hydrea neem je als capsule in.
Peginterferon alfa-2a (Pegasys®)
Dit middel bevat interferon.
Interferon is een stof die van nature in het lichaam voorkomt (lichaamseigen stof).
Deze stof wordt door witte bloedcellen aangemaakt met als doel om virussen en bacteriën aan te vallen.
Tegelijkertijd remt het de celdeling.
De geadviseerde startdosering is 45 microgram per week, op te hogen naar 90 mg/week.
Pegasys spuit je met een injectienaald onder de huid (subcutaan) in.
Vanwege langzaam vrijkomen van de stof hoeft dit maar één keer per week te gebeuren.
Wanneer het medicijn aanslaat en de bloedwaarden zakken, kan dit medicijn met een grotere tussenpauze (bijvoorbeeld eens per drie weken) worden toegediend.
Ruxolitinib (Jakavi®)
Ruxolitinib is een JAK2 remmer die de aanmaak van bloedcellen remt. Meer informatie over wat een JAK2-mutatie is kan je hier lezen.
Maar bij MF zorgt het ook voor een vermindering van klachten zoals:
Fedratinib (Inrebic®)
Fedratinib is net als ruxolitinib een JAK2 remmer.
In Nederland wordt het nu vooral voorgeschreven bij patiënten bij wie ruxolitinib niet meer goed werkt.
Lenalidomide (Revlimid®)
Dit kan worden gebruikt bij bloedarmoede (anemie) en een vergrote milt (splenomegalie).
Deze tabletten worden de eerste maanden vaak in combinatie met een lage dosis Prednison® gegeven, 20-30 mg/dag.
Een allogene stamceltransplantatie (SCT) is de enige behandeling die MF helemaal kan genezen.
De SCT is een hele zware behandeling en is niet geschikt voor iedereen.
Bij deze behandeling krijgt iemand stamcellen van een ander persoon (een donor).
Na de immuno-chemotherapie wordt een infuus gegeven met gezonde stamcellen van een ander persoon.
De nieuwe stamcellen zorgen ervoor dat:
Alleen mensen met een verhoogd risico op onderstaande aandoeningen kunnen de behandeling krijgen:
Artsen kijken ook naar je leeftijd.
Deze behandeling heeft ook risico’s voor de patiënt.
Er moet daarom eerst goed overlegd worden met de arts.
1. Trombocytenaggregatieremmers
Dit is een medicijn dat ook wel bloedplaatjesremmers of bloedverdunner genoemd wordt.
De bloedverdunners voorkomen dat bloedplaatjes een bloedstolsel veroorzaken.
Voorgeschreven medicatie:
2. Verbetering bloedarmoede
Bij MF zijn er nog andere behandelingen mogelijk.
Mensen krijgen een andere behandeling wanneer bovenstaande behandelingen niet goed genoeg helpen bij bloedarmoede of een erg vergrote milt.
Bloedarmoede betekent dat je te weinig rode bloedcellen in je bloed hebt of dat deze cellen niet goed werken.
De rode bloedcellen zijn belangrijk omdat ze zuurstof naar alle delen van je lichaam brengen.
Als je bloedarmoede hebt, kun je je moe voelen en er bleek uitzien.
Aanvullende behandelingen bij bloedarmoede:
3. Verbetering erg vergrote milt
Aanvullende behandelingen bij een erg vergrote milt: